1. Let tijdens het werk op de structuur van de takken van de boom:
Kam het onderste deel (A) van boven naar beneden; dit geldt ook voor de buitenste takken van de boom die naar beneden hangen.
Kam het bovenste deel (B) vanaf de onderkant omhoog.
Kam van de binnenkant van de boom naar de top van de tak.
2. Draai tijdens het kammen van de takken de buis heen en weer op de as (C) als dat nodig is.
3. Schud de hele boom, zelfs als er nog maar heel weinig vruchten aan zitten.
4. Zet de machine niet te lang op één plek vast om onnodige beschadiging van bladeren en takken te voorkomen.
Schakel de machine altijd uit als er niemand aanwezig is.